Het speelbos en de vlinders

Vandaag een geefplein bezocht en onderweg naar huis sla ik plots linksaf. Nu al naar huis… NO WAY. Net een week na mijn operatie ben ik hartstikke blij dat ik eindelijk buitenshuis was. Het zonnetje schijnt, ik wil er van profiteren. En daar waar mijn autootje naar toe rijdt, daar ben ik járen niet geweest. Een klein ‘speelbos’ ergens langs de autostrade. Het autogeluid is dan ook het enige minpuntje aan dat bos. Zo heel af en toe komt de drang op, om me erin te begeven. Ik noem het speelbos, omdat er een bordje staat dat dit aan geeft. En het wordt duidelijk onderhouden, maar niet zodanig dat het een park lijkt. Er is een padje wat je kan volgen, niet echt aangelegd, het lijkt eerder een spoor. En dat loopt dwars door het domein. Hier en daar zijn er jonge uitlopers van braamstruiken die over het pad hangen. Ze haken, maar houden niet tegen. Je kan ze aan het eind gemakkelijk vast nemen en ergens opzij weg leggen.

Net als altijd wanneer ik daar loop denk ik, waarom ben ik hier zo lang niet geweest. Spontaan begin ik te zingen… deze plek voelt aan, zoals vroeger de schorren van Saeftinghe. Míjn habitat. Eigenlijk heb ik nergens anders dit gevoel.

Ik kén dit gebied ook al heb ik het nog nooit helemaal bekeken. Er hangt een ‘maatjes’ gevoel: Het bos en ik…. Ik en het bos…. Er is daar ook een plekje waar 5 bomen in een cirkel staan. Soms ga ik daar in het midden staan… mijn heilige plek. Deze keer niet, mijn kleren een losse jurk en lange regenboogsjaal zijn eigenlijk niet geschikt om van het pad af te wijken. Ze zullen overal achter haken. Ik wil wel, mijn verstand houdt me tegen. Ik heb ook slechts orthopedische slippers aan ….. ik lach om mezelf. Het kind in mij lacht om mezelf… een kind ziet daar niet naar ….; En nog steeds hou ik me in. Hé, ginds is er een soort hut gebouwd, zou dat van kinderen zijn of is het een schuilplaats voor vluchtelingen. Mijn fantasie neemt toe, ik ga niet kijken, ik laat het een raadsel blijven. Weer ietsje verderop zie ik bijzondere vlinders paren, nét op een gras sprietje wat zich buigt over het pad. Fijne zwarte vleugels met witte stippen en een in verhouding dik zwart lijf met een oranje band er rond. Ik vertraag en stop. Ik kom tot rust en sta erop te kijken. Naast me vliegt een insect op en landt op mijn arm…. Oooooh ook zo’n vlinder, het trippelt richting mijn hand en blijft zitten. Magisch moment. Ik maak nog dieper contact met de vlinder en deze omgeving…. Waar blééf ik zo lang? Blijf, blijf, blijffffff!

Véél, véél langzamer loop ik verder. Even denk ik nog: je mag nog niet te lang lopen en staan, Annemieke. Ik sus mezelf, ik LEEF vandaag, mijn lijf jubelt, mijn zang klinkt zo vrolijk en rustig en …. Ik heb er zelfs geen woorden voor. De vlinder blijft op mijn hand zitten. Nu zie ik dat er in dat bos overal van die vlinders zijn. Vooral op de open gebieden waar meer gras staat. Het is er een drukte van jewelste én paartijd, zoveel is duidelijk. Op een gegeven moment denk ik: “zoek een zij padje wat het bos uit leidt.” Richting die prachtig aangelegde boswegel waarop het gras duidelijk regelmatig gemaaid wordt. De vlinders zullen me de weg wijzen. En dat is zo. Ik huppel er achter aan, ik weet dat ik in dit kleine en smalle bos niet kan verdwalen.. Dat is ook zo, het paadje blijft weliswaar een paadje, maar het duikt dieper de rododendrons in. En overal ligt er om gehakt struikgewas: het wordt klauteren en de grond is hier ook vochtiger. Het kind in mij wordt nóg meer wakker. Het glijdt uit, het hangt hier en daar aan de takken om zich recht te houden. De vlinder op mijn hand is ondertussen vertrokken. Ik zelf ben nat van het zweet…. Kom ik hier nog zonder kleerscheuren uit of moet ik hélemaal terug? Een kikker springt voor me weg en later nog een kleintje. Dan moet ik verder door, concludeer ik, weet ik veel, waarom ik dit denk…. Terug keren is duidelijk geen optie. Mijn pad is ondertussen zodanig gekronkeld, dat ik plotseling terug op dat hele smalle graspadje kom. En daar zijn de vlinders ook weer. Alweer komt er eentje op mijn hand en ik volg het bekende paadje helemaal tot het einde. Nu weet ik dat ik echt al veel te lang aan het wandelen ben, maar ik heb geen idee van de tijd. Mijn gsm ligt nog thuis. Achterin het bos staan statige oude bomen, het is duidelijk een officiële dreef geweest van het Peerdsbos, tot de autostrade er dwars doorheen werd aangelegd. Gelukkig kan ik nu terug keren op een breed met grassen begroeid en zonovergoten pad. Wat heb ik genoten…. Het is ver terug… ik besluit op blote voeten te lopen, de vlinder reist nog steeds op mijn hand. Voor ik in de auto stap neem ik afscheid. Ik kom terug, ik kom graag terug.

En ja, ik vind daarna teken op mijn lichaam, dat is toch niet vreemd. Ik onderschep ze gewoon vóór ze zich vastzetten. Ik vraag me af hoeveel kinderen nog in zo’n bos mogen komen, nu het in de media alleen maar over het gevaar van teken gaat. We ontnemen ze de kans om in zo’n omgeving te spelen, om de natuur te ontdekken. Uit het oog van vader en moeder om het onvoorspelbare te beleven. Om geschaafd en vuil en met rode kaken en blinkende ogen te komen vertellen over het speelbos. En met honger en dorst. Ja, ook dat. Alle zintuigen werken in zo’n omgeving voluit.

1 Comment

  1. Wat een mooi verhaal, Annemieke, heb ook even meegespeeld…..:) .herkenning..erkenning in je magisch mooie speelbos….:)
    Groetjes,
    Marina Waterman

    Like

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s